Nu zijn wij allen aangeraakt

Toen begin dit jaar bekend werd dat Lucebert in de Tweede Wereldoorlog een begeesterd Nazi-aanhanger is geweest, had ik net de proeven van mijn nieuwe dichtbundel Toondoof thuis gestuurd gekregen. In die proeven stuitte ik op een gedicht ter ere van Lucebert. Eerder publiceerde ik het vol trots in de Poëziekrant. Nu vervulde het me van ongemak.

Zo moet het voelen als een middelbare schoolvriend zich bij Isis blijkt te hebben aangesloten. Mensen denken: ik kende hem zo goed, ik had toch moeten weten wat er in hem omging, waar hij toe in staat was.

Nog diezelfde dag sprong ik op de fiets om Wim Hazeus net verschenen Lucebert-biografie te kopen van collega-dichter en boekverkoper Joost Baars. Hij vroeg of ik mijn gedicht voor Lucebert nu ging schrappen of herschrijven. Vermoedelijk niet, antwoordde ik. Het ding is een reactie op zijn poëzie, geen ode aan hem als privépersoon. En bovendien, ik ben helemaal niet in staat zo snel te benoemen wat ik hiervan moet vinden. Die bundel van mij ligt allang in de winkel tegen de tijd dat ik de implicaties van dit nieuws heb kunnen laten bezinken. Het ongemak zal ik moeten dragen.

Inmiddels is mijn boek in druk. Ik sta nog steeds achter mijn keuze het gedicht voor Lucebert te handhaven. Maar over zijn misstappen ben ik nog lang niet uitgedacht. Ze blijken diepere sporen in zijn poëzie te hebben achtergelaten dan ik aanvankelijk voor mogelijk hield. Voor Terras schreef ik een beschouwing. Het volledige stuk lees je hier.

Krijn Peter Hesselink

Plagiaat volgens Daan Doesborgh

Hoi Daan, Toen ik gisteravond mijn nieuwe bundel Toondoof weer eens doorlas, werd ik plotseling gegrepen door de angst dat ik je heb bestolen. Het moet een jaar of zeven jaar geleden zijn geweest dat je een dichtersavond organiseerde in een studentencafé aan de Spuistraat waar ik kwam opdraven in ruil voor gratis drank. Bij … “Plagiaat volgens Daan Doesborgh” verder lezen

De eenvoud van een slagroomspuit

De man met de woeste grijze baard en het vissershoedje zeult steevast een sporttas met zich mee, waaruit hij van alles opdiept: een beduimeld schriftje, een mobiele telefoon en – als de vrouw van de koffiebar net even de andere kant op kijkt – grote plastic flessen cola of fanta. Hij kent de regels van … “De eenvoud van een slagroomspuit” verder lezen

Verdwaald in eigen werk

Een tijd terug kreeg ik een email van Michiel, een jeugdvriend die ik in geen twintig jaar heb gezien. Hij schreef: ‘Vorige maand las ik met stijgende verbazing en steeds groter wordende glimlach de recensie van je boek in NRC Handelsblad. Hilarisch hoe de alwetende boekenrecensent zichzelf te kijk zet.’ Criticus Sebastiaan Kort had namelijk … “Verdwaald in eigen werk” verder lezen