In een kring van menselijke warmte

Hoorde ik dat nou echt in de rij voor de kassa? ‘Got up in the mornin’ ’bout half past four/ dreamed I heard my baby, knockin’ on my door.’ Het was de cassière die zachtjes voor zich uit zat te zingen. Af en toe onderbrak ze zich voor de onvermijdelijke beleefdheden. ‘Goedemiddag, dat is dan acht vijfennegentig, wilt u een bonnetje?’ Maar zodra ze kans zag begon ze weer met haar lied, even terloops als soeverein, terwijl ze de pakken hondenvoer achteloos door haar vingers liet glijden. ‘When I left my baby, he took my hand/ and said: goodbye baby, you’re bound for the promised land.’

Het tafereel deed me denken aan mijn tijd als stagiair bij Poetry International, jaren geleden, toen ik al zingend de festivalpublicaties op missers controleerde. De mensen van Poetry vonden het prima als ik ‘Solitude’ van Duke Ellington of ‘Famous blue raincoat’ van Leonard Cohen door de ruimte liet schallen, zolang ik maar geen tikfouten over het hoofd zag. Bij gedichten in het Fins of het Swahili was dat nog geen peuleschil. Het waren mooie maanden. In een middagprogramma mocht ik een ‘vertaling’ voorlezen van een experimenteel sonnet dat op duizenden manieren door elkaar gehusseld kon worden. Volgens mij hadden ze me het gedicht alleen maar toegeschoven omdat het redelijkerwijs onvertaalbaar was. Ook in andere opzichten maakte ik indruk. Naar het schijnt hebben ze nog jarenlang een Krijn-Peter-Hesselink-trofee uitgereikt voor de meest onhandige stagiair. Het is me niet helemaal duidelijk waaraan ik die eer te danken had, maar het moet iets te maken hebben gehad met mijn geheel eigen manier van kaasschaven.

Door de burelen van Poetry zwierven nogal wat dichtbundels. Daar hadden ze lang niet altijd een bestemming voor. Na het festival mocht ik er een paar meenemen. Zo kwam ik in het bezit van Het boek van de beminnelijkheid van Rogi Wieg. Ik moet bekennen dat ik het aanvankelijk nauwelijks heb ingekeken. Misschien moest ik nog wat meer levenservaring opdoen voor ik er rijp voor was. Toen Peter de Rijk me onlangs vroeg een gedicht te schrijven voor een eerbetoon aan Wieg, trok ik de bundel weer eens uit de kast en deze keer werd ik wel gegrepen. In het gedicht ‘Een kleine vogel’ stuitte ik op de volgende regels: ‘De mens hoort het fluiten dat zich afzondert/ van de stilte, zoals zich soms een gedachte/ van alle andere gedachten kan afzonderen’.

Ik wist niet zeker of ik begreep wat deze woorden te betekenen hadden. Toch brachten ze me onmiddellijk de benodigde inspiratie. Peter de Rijk nam het resulterende gedicht graag op in In een kring van menselijke warmte, een boek dat – hoe toepasselijk – gepresenteerd zal worden op Poetry International. Gedichten hoef je niet te begrijpen, zoals je van een zangeres niet hoeft te weten wat haar ertoe beweegt om haar stem te verheffen. De zingende cassière zal ik niet snel vergeten. Als ik mijn ogen sluit, hoor ik haar stem zich weer losmaken van het geroezemoes in de supermarkt. ‘Well, look-a-look-a-yonder at what I see/ it’s an angel, comin’ after me.’

Ode aan Rogi Wieg
De presentatie van In een kring van menselijke warmte (Uitgeverij In de Knipscheer)
Donderdag 1 juni 2017
18.00-19.00 uur
Ro Zaal, Ro Theater (William Boothlaan 8, Rotterdam)
Zie: www.poetry.nl

Krijn Peter Hesselink

Verdwaald in eigen werk

Een tijd terug kreeg ik een email van Michiel, een jeugdvriend die ik in geen twintig jaar heb gezien. Hij schreef: ‘Vorige maand las ik met stijgende verbazing en steeds groter wordende glimlach de recensie van je boek in NRC Handelsblad. Hilarisch hoe de alwetende boekenrecensent zichzelf te kijk zet.’ Criticus Sebastiaan Kort had namelijk … Continue reading “Verdwaald in eigen werk”

Een bestseller in wording

Robert Louis Stevenson was nog volslagen onbekend, toen hij zich vanwege longproblemen gedwongen zag op kosten van zijn ouders naar een Zwitsers kuuroord af te reizen. Hij werkte er aan het boek dat hem wereldberoemd zou maken, Schateiland, maar in de avonduren zoog hij rijmpjes uit zijn duim. Zijn stiefzoon van twaalf had een kleine … Continue reading “Een bestseller in wording”

Echte vrijheid doet nét geen pijn

‘Een koe op haar snoet kussen, vlak voor ze wordt geslacht.’ Dat was vrijheid voor Khalid. Toen ik gisteren met het pontje in Amsterdam-Noord aankwam, stond een lange eettafel langs het IJ opgesteld. Zo’n achthonderd mensen zouden die avond aanschuiven om hun zelf meegebrachte quiches, aardappelsalades en mosterdsoepjes met elkaar te delen. Mijn rol was … Continue reading “Echte vrijheid doet nét geen pijn”