Autobiografisch?

‘Het was of Fleur een beetje doorzichtig was die avond,’ zei Kathelijn op een toon alsof ze het weerbericht oplas. Soms heb je van die telefoongesprekken.
‘Ja,’ zei ik, ‘soms is ze zo druk bezig authentiek te zijn dat ze er niet meer aan toe komt daadwerkelijk te zíjn.’ En nog altijd deden we of we elkaar perfect begrepen.
Maar toen ging het mis. Het beeld ging met me op de loop. Ik was er niet bij geweest die avond. Toch stond ik erop dat er naar verloop van tijd een ratje was opgedoken en dat je dwars door Fleur heen had kunnen zien hoe dat ratje achter haar langs trippelde. Ik moest er weer zo nodig poëzie van maken.
Zo gaat het altijd. De eerste aanzet tot een gedicht wordt steevast gegeven door iets waar ik werkelijk tegenaan ben gelopen. Maar of die autobiografische details nu triviaal of van het grootste persoonlijke belang zijn, zodra ze het poëtische beeld ook maar enigszins in de weg zitten, laat ik ze rücksichtslos sneuvelen. Het uiteindelijke gedicht raakt van mij losgekoppeld. Het gaat over iets dat mij persoonlijk belang inboezemt maar in een vorm waaruit alle toevallige privé-omstandigheden zijn weggefilterd.
Fleur en Kathelijn hebben zich door mij laten gebruiken. Maar dat zullen ze me allicht vergeven. Al was het maar omdat ik ook hen voor dit stukje heb losgekoppeld van de personen aan wie ze hun bestaan danken.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *