En niet meer rijmen, nondeju!

‘Heyhey,’ zo opende Jasper, redacteur bij Nieuw Amsterdam, op joviale toon een email aan Karel, zijn toenmalige tennismaatje en mijn toenmalige huisgenoot. Aanleiding was een gedicht dat ik via Karel aan hem had doorgespeeld. Wat volgde was één van de pijnlijkste schrobberingen die ik ooit in ontvangst heb mogen nemen.

‘Het gedicht, een eerlijk oordeel: ik maakte op de middelbare school en op de universiteit tijdschriftjes met een paar vrienden omdat we poëzie belangrijk vonden, of eigenlijk: we vonden onze eigen poëzie belangrijk en niemand anders wilde die hebben, dus maakten we zelf een tijdschrift. We schreven gedichten zoals die jij me stuurde: loodzwaar, gebukt gaand onder rijmdwang, zowel wat betreft binnenrijm (“doken al mijn hoge ogen”) als eindrijm (“woorden in je oor giet” / “luister wel maar hoor niet”) – vooral dit laatste mag je echt nooit, nooit doen – , en het gebruik van grote, maar uiterst lege woorden als “holle frasen”, “ingeslapen hart”, “bedauwde glooiingen van onze landen” etc. etc. Het ritme is redelijk strak, maar dendert zo door dat je door het ritme het gedicht niet meer ziet. “Gevoel” is een slecht iets voor de poezie, behalve voor de liefhebbers van Anna Enquist, en de dichter in kwestie gaat te veel gebukt onder een schmerz die helaas niet overgebracht wordt op de lezer. Hij is nog te zeer op zoek naar eigen woorden, dicht nog niet uit de behoefte oorspronkelijk te zijn, maar wil vooral zo sierlijk mogelijk een persoonlijk beeld/verhaal verwoorden; het gedicht blijft steken in krullen en zwierige halen en mist elke urgentie. Toch… blijven schrijven. Hij moet proberen hetzelfde gedicht te schijven maar op een volstrekt andere toon, gebruik makend van woorden die hem pas in tweede instantie te binnen schieten. En niet meer rijmen, nondeju.’

Uiteraard verbood mijn trots mij Jaspers ideeën ook maar een seconde in overweging te nemen. Toch kwam het me niet slecht uit dat het gedicht in kwestie al langs natuurlijke weg uit mijn repertoire was weggevallen toen ik ruim twee jaar na dato opnieuw met hem in contact kwam. En ik durfde hem pas aan deze hele geschiedenis te herinneren toen het definitief was: ik debuteer in de herfst van 2008 met een dichtbundel bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Hoera!

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.