Troost in meedogenloosheid 2

Ik beschreef vorige week hoe ik in muziek met de emotie pleeg te dwepen, terwijl ik die emotie in poëzie met open vizier tegemoettreed. Daarmee deed ik niet helemaal recht aan de fantastische muzikanten die ik in dat stukje noemde en ongenoemd liet. Neem PJ Harvey. Neem het nummer ‘It’s you’ van de plaat Uh huh her.

De grote emoties worden in ‘It’s you’ zeker niet geschuwd. De geliefde wordt aan het einde zelfs min of meer aan God gelijkgesteld. ‘When I was younger / I spent my days / wondering to who / I was supposed to pray. / It’s you.’ Vergelijk Eva Gerlachs gedicht ‘Zat’ uit Een bed van mensenvlees: ‘Een god komt naar je toe in de nacht en hij slaat je […] Straks zit hij te huilen de god, / er is iets met vroeger en later / waar hij geen vat op krijgt […] daarom weet hij niet / hoeveel een mens kan hebben in zijn bed / van mensenvlees onder de sterren.’ Maar terug naar PJ Harvey. Slechts begeleid door een rafelende gitaar, wat sobere percussie, soms een kinderlijk eenvoudig pianolijntje weet die zoveel meedogenloze eerlijkheid in haar stem te leggen dat elke lust om ‘fijn te zwelgen’ mij als luisteraar vergaat.

Maar ja. Aan dat muzikale meesterschap kan ik als dichter natuurlijk geen voorbeeld nemen. Dan dweep ik liever nog even mee met iemand als Hans Lodeizen.

als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen.
en toch, ofschoon
de wind nu is gaan
liggen, en het bos wuift
en knikkebolt,
nu dat de slaap als
een harp klinkt en
de kinderen zingen
leg ik mijn elleboog op de
donkere middag en huil

Mmm…

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *