Kunstbende Utrecht

Het publiek was één kolkende brok partijdigheid toen ik in de grote zaal van de Utrechtse Stadsschouwburg het podium op kwam lopen. Ik was voorzitter van de taaljury voor de Kunstbende Utrecht, een vrolijke talentenjacht voor kinderen van dertien tot achttien jaar oud. En daar zaten ze, sommigen joelend, anderen een en al angstige afwachting, weer anderen driftig kletsend met hun buren. Ouders van. Vrienden van. Dansers. Dj’s. Filmmakers. En onder hen dus ook negen auteurs in de dop die eerder die dag een gedicht of een kort verhaal hadden voorgedragen onder toeziend oog van Rinske, Mara en mijzelf, de strenge doch rechtvaardige jury.

Eerst maakte ik onze nummer drie bekend, een ietwat bedeesd meisje dat ons in haar gedicht blij had verrast met haar taalgevoel en haar bij vlagen oorspronkelijke beelden. Ze kwam naar voren met grote blije ogen die het nauwelijks leken te kunnen geloven, de derde prijs in de Kunstbende Utrecht, wauw.

Toen onze nummer twee. Ook een meisje. Haar korte verhaal over zelfdestructief gedrag werd zwakker naarmate ze tegen het einde steeds uitleggeriger werd, maar we waren onder de indruk van haar indringende podiumaanwezigheid. Een meisje met lef. En zo jong nog.

Onze nummer één was een verhaal apart. Hij verborg zijn gezicht achter een hippe zonnebril en een hip hoedje. Dat kwam zijn expressie tijdens de voordracht niet ten goede. Ook hing hij in zijn tekst nogal de erudiete intellectueel uit door Latijn te gebruiken en zijn hoofdpersoon Nietzsche, Descartes en Biesheuvel te laten lezen. Maar wat een taalgevoel en wat een bravoure. Bij geen enkele andere deelnemer had ik de neiging zoveel kritiek te leveren, maar dat kwam misschien juist door de potentie die ik erin zag.

Toen ik de nummer twee bekend had gemaakt, begonnen de fans van onze nummer één zijn naam al te scanderen. Ik wist ze stil te krijgen zonder al te opzichtig te verraden of ze het bij het rechte eind hadden. Toen ik eindelijk dan toch zijn naam bekend maakte, stormde hij van achteren op mij af. (Hij stond al op het podium omdat hij ook de derde prijs had gekregen in de categorie beeldende kunst.) Sloeg zijn armen om mij heen. Drukte mij stevig tegen zich aan. Ik wist niet wat me overkwam. De blijdschap spatte me in het gezicht. Dat quasi-hippe gedrag leert hij nog wel af. Laten we hopen dat dat niet geldt voor zijn enthousiasme. Want dat was, in ieder geval op dat moment, hartverwarmend.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.