Vallende metaforen

Toen ik een jaar of negentien was vroeg ik A.F.Th. van der Heijdens roman Vallende ouders voor Sinterklaas en kreeg dat ook. Ik verzweeg dit cadeau angstvallig voor mijn vrienden. Ik schaamde me een beetje omdat ik een roman blijkbaar verkoos boven een plaat van Pearl Jam of Pavement of waar we in die tijd ook maar naar plachten te luisteren. Belachelijk natuurlijk. Ze hadden het helemaal bij me vinden passen en voor me vinden pleiten. Maar ja. Je bent jong en je twijfelt aan alles.

Onlangs pakte ik het boek weer eens uit de kast en het viel me eigenlijk een beetje tegen. Van der Heijden jongleert zo vaardig met zijn metaforen dat de fictieve werkelijkheid die hij ermee probeert op te roepen er voor mijn gevoel eerder achter wegvalt. Elk detail heeft een bedoeling. Naaktslakken kruipen nooit eens zomaar een studentenkamer binnen. Ze staan altijd ergens voor. Het beschrevene krijgt hierdoor iets kunstmatigs. Maar doe ik Van der Heijden daarmee geen onrecht? Misschien heeft hij die naaktslakken wel echt een studentenkamer zien bestormen…

Bij mijn eigen gedichten kan ik de lezer er ook niet van weerhouden overal overdrachtelijke betekenissen achter te vermoeden. Maar als ik bijvoorbeeld schrijf dat iemand gehakt in mijn voorhoofdrimpels heeft gerold, dan bedoel ik gewoon dat iemand gehakt in mijn voorhoofdrimpels heeft gerold. Je mag dat beeld wel nader proberen te duiden, zoals je een droom nader kunt duiden. Maar als ik droom dat ik Harry Potter ben, droom ik niet eigenlijk over seks. (En als ik droom over seks, droom ik niet eigenlijk dat ik Harry Potter ben.) Er is geen achterliggende boodschap. Er is hooguit een in kaart te brengen veld van betekenissen.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.