Een poëtica van de interpunctie

Ik was al gewaarschuwd. Nadat ik met mijn redacteur, Jasper, de samenstelling van mijn bundel definitief had vastgesteld, zou Marion als persklaarmaker naar de puntjes op de i kijken. En Marion begreep níets van mijn interpunctie. Nu eens had ik een gedicht helemaal dichtgesmeerd met punten en komma’s, dan weer moest een gedicht het zonder enig leesteken stellen. Ze weigerde iets inhoudelijks over mijn poëzie te zeggen. Als de interpunctie maar consequent was. Ze zei alleen verstandige dingen, dat was nog het ergste. Ze bleef me maar vriendelijk toelachen terwijl ze al die dierbare gedichten genadeloos onderuitschoffelde op de meest triviale gronden.

Thuisgekomen maakte ik me zo kwaad dat ik een hele interpunctie-poëtica uit de grond stampte en mijn gedichten daar vervolgens rigoureus aan onderwierp: ‘Strofes beginnen altijd met een hoofdletter, tenzij ze expliciet een voortzetting zijn van een daarvoor ingezette zin. Als alle zinnen samenvallen met een strofe en alle strofes samenvallen met een zin, hoeven zinnen en strofes niet met interpunctie te worden afgesloten. Als zin- en strofe-indeling niet samenvallen, worden alle zinnen afgesloten met interpunctie. Als een gedicht uit één enkele zin bestaat hoeft die niet met interpunctie te worden afgesloten. Als een zin uit expressieve overwegingen wordt afgesloten met een vraag- of uitroepteken, krijgen alle zinnen uit het betreffende gedicht afsluitende interpunctie. Verder geen interpunctie aan het einde van regels.’

Marion was onder de indruk. ‘Alleen al om dit prachtige epistel vind ik het uitstekend om aan al je wensen tegemoet te komen,’ schreef ze naar aanleiding van mijn toelichting. Ik durf het haar nauwelijks te bekennen, maar ik vrees dat de bundel er beter op is geworden. Waarvoor dank.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.