Mijn strepen

Als vaste ‘samenvatter’ van het Avro-programma Opium op Radio 1 kom ik mijzelf elke zaterdag weer op verrassende manieren tegen. Een week geleden was Frits Spits te gast, omdat hij een autobiografie heeft gepubliceerd, ‘Zestig strepen’, die is opgehangen aan zijn zestig lievelingsnummers. Er ging een schok van herkenning door mij heen. Zelf heb ik jarenlang lijfliederencompilaties samengesteld.

Mijn eerste compilatie heette ‘Spaarzaam groen in het hoge noorden’ en besloeg mijn late puberteit in Groningen, met onder meer twee even weemoedige als hilarische nummers van Becks meesterlijke hotelkamerplaat ‘Stereopathetic soul manure’.

Mijn tweede compilatie, ‘Naar de wortels afgedaald’, richtte zich op het begin van mijn studententijd in Utrecht. Omdat ik daar de eerste drie maanden van mijn leven heb doorgebracht, kon ik redelijkerwijs beweren in de domstad mijn roots te zijn gaan opzoeken. In de praktijk is de compilatie vooral een weerslag van mijn eerste serieuze relatie, met onder meer het ontwapenende nummer ‘I love you’ van G. Love & Special Sauce.

De derde compilatie, ‘Je naam en je naam en je naam en je lichaam’, stond in het teken van de rouwverwerking. Ze begint met een opname uit 1952 waarop Lucebert het prachtige gedicht ‘Elegie’ voordraagt: ‘alleen langs vrouwelijke schepen ik drentel/ fijngeplooid als een schim en ik mompel/ je naam en je naam en je naam en je lichaam/ als een sneeuwetende leeuw ik monster je lichaam/ en weet: een afwezig lichaam en weet/ geen lichaam maakt heviger/ regenend het hart dan het herinnerde lichaam’.

In de vierde compilatie leek ik erop vooruit te lopen dat mijn leven zich ten goede zou keren. Ik gaf de plaat een Engelse naam, ‘A change is gonna come’, en liet mij troosten door de basklarinet van Eric Dolphy in het prachtige nummer ‘Something sweet, something tender’.

De vijfde en laatste compilatie beslaat de jaren 2005-2006. In die tijd hielp ik Wonder oprichten, werd ik de vaste vertaler van Breyten Breytenbach en beleefde ik mijn doorbraak als podiumdichter. De plaat is getiteld ‘De wonderjaren’ en bevat onder meer de ‘Instinct blues’ van de White Stripes. Toen ik die vijfde compilatie samenstelde, bekroop mij het gevoel dat ze mijn laatste zou blijken te zijn. Ik had onmogelijk kunnen zeggen waarom.

Frits Spits betoonde zich vorige week een bevlogen spreker tijdens zijn interview. Hij sprak vol liefde over de kunst van het radiomaken, waarbij je ter plekke in alle vrijheid iets moois maakt voor duizenden onzichtbare luisteraars. Hij sprak vol afschuw over de zendercoördinatoren, die de radiomakers van die vrijheid proberen te beroven. En al had hij veel plezier beleefd aan het schrijven van zijn eerste boek, hij vond het maar niets dat hij er uiteindelijk een punt achter had moeten zetten, om tot publicatie te kunnen overgaan. Hij wilde niet afronden, hij wilde doorleven. Dat was misschien ook wel waarom ik zo’n anderhalf jaar geleden ineens klaar was met al dat terugkijken op eerdere lijfliederen. Het volle leven, hier en nu, kon eindelijk dan toch beginnen.

Elke zaterdag
Opium, Radio 1
12:15-13:00 uur
www.opiumradio.nl

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.