Een overschaduwd triomfje, voor Jip

In het gedicht ‘Zorgplicht’ uit mijn debuutbundel Als geen ander spreek ik over ‘een krukje/ zo gammel een mens/ zou zijn schaduw er nog niet/ aan toevertrouwen’. Volgens Janita Monna kan dit beeld ‘zo als uitdrukking het woordenboek in. Dat staat en is subtiel. En juist door die breekbaarheid zag ik dit gedicht in een slamcompetitie geen hoge ogen gooien – maar daarin kan ik me natuurlijk vergissen.’ Ik had een raar dubbel gevoel toen ik die laatste opmerking begin augustus in de Groene Amsterdammer las. Aan de ene kant moest ik erkennen dat ik het bijna twee jaar oude gedicht nog nooit op een poetry slam had durven inzetten. Aan de andere kant voelde ik van de weeromstuit een bijna perverse behoefte te bewijzen dat het wel degelijk kon. Gisteren kreeg ik in de halve finale van de Leidse poëzieslag Dichter Bij Jou mijn kans en jawel, mede dankzij (of ondanks) mijn ‘Zorgplicht’ wist ik mij te plaatsen voor de jaarfinale op 25 november.

Nog vol van mijn triomf vond ik vandaag een rouwkaart op mijn deurmat. Jip was overleden, het vriendje van een goede vriendin. Ons werd gevraagd vrijdag geen bloemenkransen maar stuiterballen mee te nemen naar het laatste afscheid. Ik belde de vriendin gelijk op. Ze was er compleet kapot van. Ik kon haar over de telefoon nauwelijks troosten. Ook had het niet echt zin naar haar toe te gaan. Er waren daar genoeg mensen om voor haar te zorgen. Ik kon niets doen. Even scheen de hele wereld mij te gammel toe om mijn schaduw nog aan toe te vertrouwen. Mijn dichterlijke verrichtingen kwamen mij hopeloos triviaal voor. Wat zou ik verder nog? Ik vermande mij. Ik ging een stuiterbal kopen. Vrijdag zal ik er voor haar zijn. En voor Jip.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.