Pantoen

Externe opdrachten kunnen heel inspirerend zijn. Ze brengen je ertoe dingen te doen die je anders nooit zou doen. Soms kom je er dan achter dat dat maar goed ook was. Soms ontdek je nieuwe mogelijkheden.

Het was de zomer van 2006 en ik had mij al geplaatst voor het Nederlands kampioenschap slam-poetry, maar eigenlijk vond ik mijn poëzie niet goed genoeg. Toen kwam Ingmar Heytze met het verzoek ter gelegenheid van een ‘science slam’ een gedicht te schrijven over een object uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum. Ik schreef een gedicht met de verschrikkelijk lange titel ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’. Plotseling had ik mijn toon gevonden: lichter, aardser, spreektaliger. Het was het begin van een creatieve explosie die uiteindelijk zou resulteren in mijn debuutbundel Als geen ander.

Nu heeft De Recensent mij gevraagd een pantoen te schrijven, een dichtvorm waarbij alle regels, door elkaar gehusseld, een keer herhaald worden. Ook dat zou ik uit mezelf nooit hebben gedaan. In zekere zin heb ik het mezelf nodeloos ingewikkeld gemaakt. Bij een pantoen kun je maar beter niet te veel narratieve samenhang aan de regels meegeven, want die valt als los zand uit elkaar door de gedwongen herhalingen. Maar misschien maakt dat mijn probeersel juist wel interessant. Surf naar www.derecensent.nl en oordeel zelf.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.