Onder het biljart

Eigenlijk moet je niet te veel inleidende praatjes houden bij optredens. Dat leidt maar af van de poëzie. Vaak kan ik het toch niet laten. En soms ontlokt het reacties waar ik als dichter onmogelijk tegen op kan.

Afgelopen pinksterweekend gaf ik maar liefst acht korte optredens voor Open Ateliers Jordaan. Zo belandde ik maandagmiddag op een zonnig binnenhof, omringd door de kunstwerken van keramiste Gerda Roodenburg-Slagter (en de juwelen van haar dochter Mira). Bij wijze van inleiding op een gedicht getiteld ‘De knokploeg’ beschreef ik hoe ik mij als klein jongetje had geïdentificeerd met de knokploegen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in verzet waren gekomen tegen de Duitse bezetters. Die lieten zich immers net zo afkorten als mijn voornaam: KP. Na afloop vertelde een toehoorder dat ze ook iemand kende die Krijn heette. Die was vernoemd naar Krijn Breur, een verzetsman die tijdens de bezetting diverse aanslagen had gepleegd voor hij in februari 1943 door de Duitsers werd gefusilleerd…

Overigens heb ik mij vandaag na afloop van een lunchlezing over voordrachtspoëzie de bekentenis laten ontlokken dat ik eigenlijk naar mijn grootmoeder ben vernoemd. Toen die als negende kind in een arbeidersgezin werd geboren, had het volledige voorgeslacht al iemand naar zich vernoemd gekregen, behalve oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje. Dus werd mijn grootmoeder in prachtig visserslatijn Krijna Petronella gedoopt, roepnaam: Nel. Het verhaal wil dat dit oud-tante Krijntje en oud-tante Pietje geenszins kon bekoren. In de roepnaam Nel wensten ze zich niet te herkennen.

Terug naar de achtertuin van Gerda Roodenburg-Slagter. Ik kondigde net een gedicht aan over een vrouw die hardnekkig volhoudt dat ze heus geen kinderwens heeft, toen een naar eigen zeggen negenentachtigjarige dame voor mij langs liep om een stoel te pakken. Ze draaide zich naar me om en meldde in plat Amsterdams dat mannen er ook een handje van hadden hun kinderwens te loochenen. Op de hare had ze acht jaar in moeten praten voor hij eindelijk toegaf. Daarop ging ze zitten en kon ik verder met mijn voordracht.

Na afloop bleef ze nog even staan praten. Ze bleek een Jordanees van het eerste uur. Spontaan barstte ze los in een prachtige a-capellaversie van ‘De begrafenis van Manke Nelis’. ‘Maar in de Spaarndammerstraat werd gestopt / Bij een kroeg, op voorstel van Rooie Bart/ Ze haalden Nelis netjes uit de koets vandaan/ En zetten ’m zolang maar onder het biljart…’

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.