Uit de klei getrokken

Of ik nog een jubileum te vieren had? Voor de tweede keer zou ik deze zomer met een aantal gedichten in het literaire tijdschrift Tzum komen te staan. Het betrof een jubileumnummer. Tien jaar geleden is Tzum uit de Friese klei getrokken. Deze zomer zou in Groningen zijn vijftigste incarnatie verschijnen. De biootjes van de meewerkende auteurs wilde de redactie ook graag aan enigerlei jubileum ophangen. Ik meldde dat ik deze zomer precies vier jaar geleden mijn dichtersstem vond met het schrijven van het gedicht ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’, later gepubliceerd in Als geen ander.

Afgelopen weekend viel het jubileumnummer dan eindelijk bij mij op de deurmat, in wat je op zijn best de nazomer kunt noemen. Naar aanleiding van mijn vorige publicatie in Tzum, nu ruim een jaar geleden, schreef ik op dit weblog dat dichters luilakken zijn en romanschrijvers oeverloze blaatapen. De enigen die het goed hadden begrepen, zo meende ik destijds, waren auteurs van zeer korte verhalen (z.k.v.’s). Meer bepaald: de onvolprezen A.L. Snijders. Ik moet bekennen dat ik sindsdien weinig met deze wijsheid heb gedaan. De bundel die in januari bij Nieuw Amsterdam van mij uitkomt bevat weer uitsluitend gedichten.

Ook in Tzum 50 is Snijders goed vertegenwoordigd. De boekenbon die ik voor mijn publicatie mocht ontvangen heb ik gebruikt om eindelijk dan toch zijn boek Vijf bijlen aan te schaffen. Het lijkt erop dat ik z.k.v.’s liever lees dan dat ik ze schrijf.

Vandaag bedacht ik wat ik zo goed vind aan Snijders’ werk. Veel columnisten nemen iets en maken dat bijzonder. Snijders gaat ervanuit dat als iets zijn aandacht heeft getrokken, het klaarblijkelijk al bijzonder is. Hij voegt niets toe.

Welbeschouwd heeft mijn brief aan het object li 158 best veel weg van een z.k.v. De toon is prozaïsch. Waarnemingen en gedachten volgen elkaar op binnen een weinig dwingend, associatief verband. Retorische trucjes en literaire krachtpatserij blijven goeddeels achterwege. Heb ik het dan toch in mij?

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *