Poeslief

In een gedicht uit Stil alarm schreef ik over ‘de kat die toe mag kijken als we vrijen,’ wat de vormgever ertoe inspireerde een kat op het omslag te zetten. Het titelgedicht van De uitputting voorbij, mijn in januari te verschijnen derde dichtbundel, beschrijft hoe een kat wraak neemt op haar jeugdige bazin als zij op kamers gaat en hem bij haar ouders achterlaat. Als om te voorkomen dat iemand deze trend over het hoofd zou zien heeft Henk van Zuiden ‘De uitputting voorbij’ nu opgenomen in Poeslief, een Rainbow-pocket vol poezengedichten. Je zou haast gaan denken dat ik een kattenmens ben…

Ik ben echter geheel katloos opgegroeid. Mijn vader heeft weliswaar een voorliefde voor katten, maar van mijn moeder hoefde dat niet zo nodig. Als mijn zus of ik aangaven dat we graag een huisdier zouden willen, benadrukte ze dat de verantwoordelijkheid om voor het dier te zorgen dan wel volledig op onze schouders zou komen te rusten. Dat wist ze zo dreigend te laten klinken dat mijn zus en ik er niet meer op terugkwamen. We waren al uit huis toen mijn vader voor zijn verjaardag een stenen kat cadeau kreeg, die sindsdien bij mijn ouders in de tuin staat.

Een paar jaar geleden kreeg ik alsnog twee katten onder mijn hoede. Samen met een vriendin kon ik in onderhuur een Amsterdams appartement gaan bewonen op voorwaarde dat we voor de twee katten van de verhuurder zouden zorgen. Die katten waren eigenlijk van zijn vroeg overleden, eerste vrouw geweest. Het mannetje was een hooghartig beest dat zich nog net verwaardigde zich door ons te laten voeden. Het vrouwtje hield zich aanvankelijk steeds verborgen onder de bank en manifesteerde zich vooral door af en toe geheel onverwacht op de vlucht te slaan en als een speer van de ene kant naar de andere kant van de kamer te schieten.

We konden er ruim een jaar blijven wonen en in die tijd heb ik het aanvankelijk zo angstige vrouwtje werkelijk op zien bloeien. Een beetje aandacht doet wonderen, zelfs op gevorderde leeftijd. Haar dominante maatje wist niet wat hem overkwam.

Groot was de schok toen we weg moesten. Wat ik mij vooral herinner is hoe ik een week na de verhuizing nog één keer terugkeerde, ik weet niet meer waarom, misschien om de sleutels achter te laten. Het appartement lag er desolaat bij: geen gordijnen, nauwelijks meubels, stof op de vloer. Er was één bank achtergebleven en onder die bank, zo ver mogelijk weggekropen, zat de angstige kat mij met grote, verwijtende ogen aan te staren. Pas toen drong het echt tot mij door. Ik had haar verraden. Sindsdien houd ik mij verre van katten. Ik durf de verantwoordelijkheid niet aan.

Krijn Peter Hesselink

3 gedachten over “Poeslief”

  1. Dat je bent teruggegaan, dat wist ik helemaal niet hilarisch!!!
    Belachelijk eigenlijk die constructie met die katten en helaas als je je bedenkt dat hij ons ervan beschuldigde niet goed voor die duivels te zorgen omdat we wel eens een feestje geven, om woest van te worden.
    grrrrrrrrrr, MIAUW!

  2. Dag Krijn Peter,

    Dank voor je support voor Poeslief én voor het indringende kattenverhaal. Wel een treurig einde! De poezen zijn toch niet helemaal alleen achtergebleven? Toch opgehaald door de verhuurder? Uitgehongerd? Ik ben niet zo’n jankmiep maar dat zou ik vreselijk triest vinden.

    Hartelijks, Henk

  3. Ze zagen er niet uitgehongerd uit, beste Henk. Dus ik denk dat de verhuurder wel langs kwam om hen te eten te geven. Hoe het verder met ze is afgelopen, is mij onbekend. Laten we er maar het beste van hopen! Krijn Peter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.