‘Wanneer ik mijn grootmoeder opzoek in haar verpleeghuis aan de duinen, is ze blij me te zien. Ze veert op in haar rolstoel en roept: “Ah, een vertrouwd gezicht!” In werkelijkheid is het jaren geleden dat ze me voor het laatst bij mijn naam heeft aangesproken. Toch voel ik me nog steeds herkend. Dikwijls begint ze omstandig te vertellen over de onwaarschijnlijk hectische gebeurtenissen die zich vlak voor mijn komst moeten hebben afgespeeld in de schijnbaar zo bedaarde huiskamer van haar afdeling. Een hoofdrol daarbij is steevast weggelegd voor “de jongens”. De jongens hebben van alles geprobeerd, maar wat ze ook deden, het wilde allemaal net niet lukken. “Maar gelukkig,” zo besluit ze haar verhaal dan, “toen kwam mijn…” En terwijl ze me stralend aankijkt, valt ze stil. Ze heeft duidelijk geen idee wat ik nu precies van haar ben.’
Veel mensen vinden het een afschuwelijke gedachte dat ze ooit dement zouden kunnen worden. Naar aanleiding van ervaringen met mijn grootmoeder werp ik in het essay ‘Zijweg naar de onschuldigen’ de vraag op of die angst wel terecht is. Eeuwenoude Taoïstische spreuken en verhalen doen anders vermoeden. Geïnteresseerden kunnen het essay nalezen in Hollands Maandblad (2011-10).
Krijn Peter Hesselink

{ 2 reacties… read them below or add one }