Schurende ijsschotsen op het NK Slam 2011

Gisteren was in Utrecht het tiende Nederlands kampioenschap poetryslam. Het is natuurlijk onzin dat je op zo’n avond objectief zou kunnen vaststellen wie de beste is. Ik had een Zweedse vriendin meegenomen die geen woord Nederlands verstaat. Ze wilde niet dat ik haar verklapte waar we naartoe gingen. Ze hield het graag spannend. Als er in het publiek iemand objectief was die avond, dan was zij het.

De finale ging tussen Kira Wuck en Boris de Jong. Ik ken Kira als een aardig meisje en een intrigerende dichteres. Ik ken Boris als een van mijn beste vrienden. Daar gaat de objectiviteit van uw verslaggever.

De finalisten droegen om beurten een gedicht voor. Elke keer dat Boris losging, dacht ik dat Kira daar onmogelijk nog overheen zou kunnen komen. Hij was zo open, zo warm, zo expressief. En elke keer kwam Kira daarna met een gedicht waardoor ik toch weer ging twijfelen.

Boris vertelde dat we allemaal een weeskind met ons mee dragen wiens eenzaamheid pas wordt doorbroken als we het toevertrouwen aan het weeskind van een geliefde. Kira zei: ‘De leukste mannen eten hun biefstuk rauw dat weet zelfs een vegetariër zei ik toen ik je had ontmoet en legde een briefje onder je steak: “Ik heb geen moeite met bloed”.’ Boris vertelde hoe hij zijn hoofd nieuwsgierig in de borst van zijn geliefde wilde steken en dan omlaag naar haar maag, in haar kont en dan vooruit naar haar kruis: ‘waarom zie ik het zo van binnen nooit?’ Kira zei: ‘Je zegt dat alles met de tijd verschuift, ook huizen, ons huis en dat als er een geschikt moment zou zijn om dood te gaan, dit er misschien wel een was.’

Jury en publiek waren eensluidend in hun oordeel: het verschil was bijzonder klein, maar uiteindelijk vonden ze Kira de beste. De Zweedse was enthousiast. Ze had zich niet door de betekenis van de woorden laten afleiden. Mensen communiceren door tonen uit te wisselen en ze vond het eeuwig jammer dat ze niet in staat was naar het Zweeds te luisteren zonder het abstracte klankenspel tot eenduidige woorden en betekenissen te herleiden.

Het werd laat die avond. Eerst dronken we bier, daarna whisky. Kira zei: ‘De tijd gaat sneller als je af en toe een plant verschuift / in de winter heb ik beweegredenen nodig.’ Buiten liet de nachtvorst nog op zich wachten. Toch schoof jurylid Menno Wigman ons om een uur of vier een taxi in. Terug naar Amsterdam. Als er ooit nog een nieuwe ijstijd aanbreekt, dan weten we waar we het van moeten hebben. De dichters houden ons wel in beweging.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.