Onbewerkt hout

De sopraan Ella Rombouts

De ingang van het Maison Erard aan de Keizersgracht wordt geflankeerd door twee staande piano’s waar ieder twee kandelaars aan bevestigd zijn. Vergruisde kaarswas ligt verspreid over de toetsen. Langs de muren staat een dozijn vleugels opgesteld. Daartussen is nog net plaats voor een dozijn stoelen. Evenveel publiek als piano’s, ik had het een mooie verdeling gevonden, maar helaas is er ook nog een balkon waar mensen kunnen toehoren.

Aan de muur hangen schilderijen van de pianobouwers die aan het Maison Erard ten grondslag hebben gelegen: Sebastien Erard (1752-1831) en zijn zoon Pierre Erard (1794-1855). De vleugels staan op wieltjes die op wieltjes staan; je gelooft het niet, maar het is echt zo. Omdat de pianist hierdoor niet goed bij de pedalen kan, heeft men een plank neergelegd voor de vleugel die straks bespeeld gaat worden. Een ordinaire plank van onbewerkt hout.

Schuin achter een gordijn is nog net een goed gevulde albertheijntas zichtbaar. Mede mogelijk gemaakt door. Eigenlijk hadden we korting moeten krijgen met een bonuskaart.

Een trap voert omhoog naar de eerste verdieping. Aan de trapleuning hangt een hockeystick. Er wordt hier geleefd. Al vermoedt de jongen die naast mij zit – op de eerste rij, zoveel rijen zijn er niet – dat de hockeystick dient om onbekwame muzikanten van het podium te jagen. Als we even niet opletten, is de hockeystick verdwenen. Het bloeddorstig publiek wordt tegen zichzelf in bescherming genomen.

Ik ben gekomen voor een optreden van de sopraan Ella Rombouts, op de vleugel begeleid door Hans Adolfsen. Ik ken Ella Rombouts al jaren. Dat de mij onbekende tenor Eelke van Koot ook een paar liedjes gaat doen is een bonus. Maar eerst vertelt de heer des huizes, vrolijke krullen, waarom de vleugels van Erard zo bijzonder zijn. Bij normale vleugels zijn de snaren gekruist, waardoor alles met alles meetrilt en een grote volle klank zich concentreert in het midden van het instrument. Bij de Erard-piano’s gaat dit anders. De snaren lopen evenwijdig. Zelfs de nerf van het hout loopt evenwijdig met de snaren. Zo blijven de klanken netjes gescheiden.

Eelke van Koot opent het concert met enkele liederen van Franz Schubert. De klanken blijven inderdaad netjes gescheiden. Ik hoor mezelf denken: dit doet ie best goed, dat doet ie best goed. Ik ben een tevreden man. Maar dan komt Ella Rombouts. En ineens denk ik niet meer. In de omgang wil Ella Rombouts nog wel eens wat bedremmeld zijn, maar nu komt er zo’n rijke klank uit haar keel dat ik alleen maar weg kan dromen. In de hoogte wordt het nergens knerpend. In de diepte wordt het nergens dof. De melodieën zijn schitterend. Alles is schitterend. Ook de piano lijkt ineens veel meer dynamiek te hebben. De klanken mogen nog zo gescheiden zijn, maar ze zingen, ze zingen!

In de pauze vertelt de jongen naast me dat hij vooral is gekomen om zich eens onbeschaamd in Duitse romantiek onder te mogen dompelen. Ella Rombouts zal straks nog twee van Richard Wagners Wesendonck-Lieder vertolken. Dat vindt hij de mooiste muziek die er is. Daarom werkt hij in een callcenter waarvoor hij Duitsers aan een hotel helpt. De Duitse Leitkultur dient verspreid over de gehele aarde. Ella Rombouts’ zang heeft me in een lichte roes gebracht, waardoor ik niet anders kan dan het te beamen: deze muziek behoeft meer Lebensraum. Vanuit een ooghoek zie ik ondertussen de eigenaar van de hockeystick naar beneden komen, een jongetje van een jaar of twaalf, vrolijke krullen. Op sokken waagt hij zich tussen de muziekliefhebbers op zoek naar zijn stick.

Na afloop van het concert is de germanofilie van mijn kameraad geheel en al verzadigd. Hij is het met me eens. Het was een voortreffelijk optreden, maar om het helemaal af te maken zou Ella Rombouts eigenlijk leunend tegen een van die twee krakkemikkige piano’s bij de ingang, met de kaarswas nog op de toetsen, het liefst in een rokerig café, wat jazz-standards moeten vertolken. ‘Body and soul.’ Of ‘Sophisticated lady.’ Een barst in haar stem zou ook fijn zijn. Er valt altijd nog meer te willen. Daar zijn we bloeddorstig publiek voor.

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *