Wolkbreuk boven De Balie

Net toen ik me opmaakte om naar De Balie af te reizen voor de opnames van Voetnoot, het wekelijkse voordrachtsprogramma dat de VPRO uitzendt in samenwerking met de SLAA, barstte er een ware wolkbreuk los. Zo kreeg mijn fietstocht nog bijna iets helfhaftigs. Haastig schoot ik in de bruine regenponcho die ik ooit heb aangeschaft voor een eenzame wandelvakantie in de Roemeense Karpaten (waar ze in de praktijk nog nooit van regen gehoord leken te hebben). Tegen de tijd dat ik in mijn onooglijke outfit op mijn fiets zat, was de wolkbreuk echter teruggebracht tot een miezerig buitje. Daar moesten we het maar mee doen. Er kwam een vrouw langsfietsen die van top tot teen was ingepakt en het gebrek aan hoosbuien leek te willen compenseren door een zo verregend mogelijk gezicht te trekken. Een vriendin in een kort rokje kwam haar achterna gepeddeld, een shagje in de hand. ‘Jezus, wat een rotweer,’ riep ze uit. Opgewekt nam ze nog een trekje. ‘Ik ben doorwééékt!’

Het Nederlandse weer is er vooral om over te praten. In De Balie stuitte ik echter op de gelauwerde romancier Marcel Möring, die niet direct uitnodigt tot koetjes en kalfjes. De presentatrice, Lotje IJzermans, bleek die inschatting met mij te delen. ‘[Je laatste roman] is een dik en doorwrocht boek,’ zei ze later in de uitzending tegen hem. ‘Je hoofdpersonage laat merken dat hij walgt van de oppervlakkige tijdgeest. Al die dingen schrokken me een beetje af toen ik bedacht: ik ga een heel kort gesprekje met je hebben. Over iets gezelligs.’ Möring lachte haar scrupules onbekommerd weg om vervolgens een verhaal voor te lezen over antisemitisme, kraamsterfte, existentiële nood.

Ook in de zaal werd het nodige afgelachen. Als we niet werden geïnterviewd, zaten Möring en ik op de voorste rij. Ons was verteld dat die voor ons gereserveerd was. Dat het merendeel van de stoelen achter ons ook leeg was, deed daar niets aan af. Wij zijn gezagsgetrouwe burgers, wij kennen onze plaats. Later kwam Manon Uphoff ons nog vergezellen. Ze stelde zich niet aan mij voor, we deden allebei alsof we elkaar al jaren kenden. Het werd een gezellige boel. Vooral toen collega-schrijver Nyk de Vries achter de microfoon plaatsnam en opmerkte dat hij ernaar streefde een verhaal te schrijven van precies honderd woorden, had de eerste rij het even niet meer van het lachen. Eigenlijk waren we gewoon jaloers. Hadden wij maar zo’n helder kwaliteitscriterium…

Krijn Peter Hesselink

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *