Deadline-stress op de Schotse hooglanden

Spotlight Billy, zoals zijn volledige naam luidt (Fotografie: Vanessa Ferdinand)
Eenmaal gearriveerd in Edinburgh begon ik meteen te zondigen tegen het eerste gebod: gij zult niet werken op vakantie. Maar ja, er moest nu eenmaal iets af. Ten behoeve van een expositie die op 7 september opent in het Eindhovense Onomatopee, verwachtte de curator Freek Lomme een gedicht over de manier waarop onze identiteit is ingebed in ons sociale leven, het sociale leven waar ik juist aan probeerde te ontsnappen. In Schotland was maar één iemand die ik kende: Vanessa, de vriendin bij wie ik zou blijven logeren. Hoofdschuddend zag ze aan hoe ik mijn brein vruchteloos liet malen, in plaats van me over te geven aan de ledigheid waar vakantie voor bedoeld is.

Er was één lichtpuntje: Vanessa’s parkiet. Als Vanessa op haar banjo begon te spelen, vloog die meteen op en nestelde zich op haar schoot om geestdriftig op de klankkast te tikken met zijn snavel en mee te twitteren. ‘Sing it, Billy!’ riep Vanessa en daar ging het beestje: ‘Kiss kiss, come over here, bird sandwiches!’

Ik besloot me nog radicaler van mijn sociale leven af te snijden en trok naar de Highlands. Daar waren muggen mijn voornaamste gezelschap, hele kleine muggen die in logge zwermen over het glooiende landschap ronddeinden. De ellendelingen lieten zich even gemakkelijk doodslaan als afschudden (loop vijf meter en ze zijn je alweer vergeten), maar ze waren met zoveel dat dergelijke tactische overwinningen uiteindelijk niet de geringste uitwerking hadden. Om mijn tent op te rollen moest ik mijn hoofd in een massieve laag muggen steken die me het gevoel gaf meer mug in te ademen dan zuurstof. Er zat niets anders op dan me aan hen over te geven. Ik liet me lekprikken, leegzuigen, uiteenvallen, tot er van mijn identiteit niets over was dan een zwerm losse gewaarwordingen, schitterende uitzichten, klaterende beekjes, ruige bergtoppen, benevelde meren.

Tegen de tijd dat ik terug was in Edinburgh, kon ik geen woord meer uitbrengen, laat staan een gedicht schrijven voor Freek. Onder Vanessa’s goede zorgen kwam ik langzaam weer tot leven. Praten was nog altijd te veel gevraagd, maar soms wist ik met succes met mijn tong te klakken of een zuiggeluid te maken. Billy was daar dol op, kwam meteen aanvliegen, drukte zijn snavel tegen mijn lippen. Als ik mijn mond opende, stak hij zijn kopje naar binnen en begon liefdevol met zijn snavel tegen het tandvlees achter de voortanden van mijn onderkaak te tikken. Volgens Vanessa dronk hij mijn speeksel. Wat een intimiteit, wat een samenzijn. Niets in mijn gewoonlijke sociale leven kon hier aan tippen. De eerste kiem voor een gedicht.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *