Een zijweg naar de onschuldigen

6 februari 2014

‘Ga je ook proza doen?’ vroeg de man bedeesd in de aanloop naar mijn optreden in de bibliotheek van Eerbeek. Hoewel ik af en toe essays publiceer in tijdschriften als Hollands Maandblad en De Gids, is dit een vraag die me zelden tot nooit wordt gesteld. Ik ben een dichter. Men verwacht van mij dat ik kort en bondig ben. Hooguit hoopt men op wat vermakelijke anekdotes bij wijze van inleiding. De poëzie moet voor zichzelf spreken. Dat de dichter in zijn vrije tijd ook nog wel eens ergens over nadenkt, heeft hij voor zich te houden. Ik moet dan ook wat beduusd hebben gekeken. Haastig begon de man zich nader toe te lichten.

Meer dan twee jaar geleden was hij in Hollands Maandblad gestuit op een essay van mijn hand, waarin ik ervaringen met mijn dementerende grootmoeder in verband bracht met taoïstische ideeën over de vergetelheid. Hij had dit zo mooi gevonden dat hij het woord voor woord had overgetikt om het verhaal aan al zijn vrienden te kunnen e-mailen. Speciaal voor de gelegenheid had hij vandaag een verkreukelde uitdraai naar de bibliotheek meegenomen, inclusief geel gemarkeerde lievelingszinnen. Hij hoopte dat ik zo goed zou willen zijn het betoog voor te lezen.

In mijn nieuwe bundel, Als niemand vangt, staat een gedicht dat op mijn grootmoeder is geïnspireerd. Het heet ‘De donkere kamer waar ik bleef logeren’. Toen ik klein was, was mijn grootmoeder een gedreven amateurfotografe. Normaal laat ik dit gedicht voorafgaan door enkele persoonlijke ontboezemingen. Toen mijn grootmoeder werd geboren als negende kind in een arbeidersgezin in Amsterdam-Noord, had het volledige voorgeslacht al iemand naar zich vernoemd gekregen op twee uitzonderingen na: oudtante Krijntje en oudtante Pietje. In hun beste Latijn hebben mijn overgrootouders mijn grootmoeder toen Krijna Petronella gedoopt, roepnaam Nel, dit tot onvrede van oudtante Krijntje en oudtante Pietje, die zich niet in deze roepnaam herkenden. Ik op mijn beurt ben naar mijn grootmoeder vernoemd.

Het is een charmante anekdote, maar eigenlijk is het essay ‘Een zijweg naar de onschuldigen’ een veel mooiere inleiding op het gedicht. Daarom heb ik, na overleg met Hollands Maandblad, besloten het ter beschikking te stellen als pdf-bestand.

Krijn Peter Hesselink

Laat hier een reactie achter.

Vorig stuk:

Volgend stuk:

Chris van der Blonk