Echte vrijheid doet nét geen pijn

6 mei 2014

‘Een koe op haar snoet kussen, vlak voor ze wordt geslacht.’ Dat was vrijheid voor Khalid.

Toen ik gisteren met het pontje in Amsterdam-Noord aankwam, stond een lange eettafel langs het IJ opgesteld. Zo’n achthonderd mensen zouden die avond aanschuiven om hun zelf meegebrachte quiches, aardappelsalades en mosterdsoepjes met elkaar te delen. Mijn rol was om ertussen te gaan zitten, nu eens hier, dan weer daar, en met mijn disgenoten gedichten te schrijven, over de vrijheid, want het was ten slotte vijf mei.

‘Je vader in zijn gezicht plassen, in Duinrell.’ Dat was vrijheid voor Khalid. Zijn vader zat erbij en moest lachend beamen dat het zo gegaan was, al ontkende hij ten stelligste dat de kleine het expres zou hebben gedaan.

Je kunt niet verwachten dat je in tien minuten met volslagen onbekenden een onsterfelijk sonnet uit de grond zal kunnen stampen. Maar intrigerende beelden waren er genoeg. Zo was er het meisje dat zich bij vrijheid een schemerende zon voorstelde, achter korrelige wolken, waarvan het gefilterde licht nét geen pijn deed aan de ogen. Echte vrijheid doet nét geen pijn.

Pratend over alle regelgeving die haar vrijheid inperkte, had een andere vrouw opeens het visioen dat heel het IJ was volgeplempt met grijze bureaucraten. Hun ondergelopen kantoortuinen lagen vol pennen, papieren en oude windows-xp-computers. Door de kieren van hun glazen plafonds ontsnapte hun afgestompte wanhoop in luchtbelletjes naar het wateroppervlak. Gelukkig zaten wij hierboven op de kade. Er stond een aangenaam briesje. Haastig krabbelde ik wat laatste woorden neer. Ik moest door. Khalid zat met zijn ouders en zussen al op me te wachten.

‘Als je vader ’s winters weg wil lopen, water over hem uitgieten, zodat hij vastvriest.’ Dat was vrijheid voor Khalid.

Krijn Peter Hesselink

Laat hier een reactie achter.

Vorig stuk:

Volgend stuk:

Chris van der Blonk