De eenvoud van een slagroomspuit

10 december 2016

De man met de woeste grijze baard en het vissershoedje zeult steevast een sporttas met zich mee, waaruit hij van alles opdiept: een beduimeld schriftje, een mobiele telefoon en – als de vrouw van de koffiebar net even de andere kant op kijkt – grote plastic flessen cola of fanta. Hij kent de regels van de bibliotheek maar al te goed, bezoekers mogen geen meegebrachte consumpties nuttigen, maar de regels hebben geen grip op hem, hij leeft in een eigen universum, de leeszaal heeft het nakijken.

Vandaag zie ik hem voor het eerst iets bestellen: een kopje koffie. Als deze ongekende luxe eenmaal voor zijn neus staat te dampen, grist hij een bus uit zijn tas, waarmee hij slagroom op zijn drankje spuit. Zodra hij die heeft weggelepeld, spuit hij nieuwe slagroom in zijn kopje. Deze procedure herhaalt zich net zolang tot de koffie koud is en de slagroom vrijwel op. Voor de zekerheid spuit hij de laatste restjes rechtstreeks in zijn mond.

Dit tafereel heb ik dankbaar gebruikt voor het essay ‘Als de flierefluiter rechtspreekt’, dat ik heb mogen publiceren in De Gids, 2016/6. Daarin onderzoek ik hoe maatschappelijke normen op losse schroeven kunnen worden gezet in de literatuur. Mijn metgezel in de leeszaal is mijn lichtend voorbeeld. Hij laat zien hoe weinig er nodig is om onze verwachtingen op de kop te zetten. Juist in dit soort ogenschijnlijk ongecompliceerde observaties schuilt het geheim van de literatuur.

Krijn Peter Hesselink

Laat hier een reactie achter.

Vorig stuk:

Volgend stuk:

Chris van der Blonk