Storm in de klas

19 april 2017

‘Meneer, u praat poëzietaal. Dat begrijpen wij niet.’ Bij vmbo’ers moet je rekening houden met directe feedback. Vandaag sta ik voor een stuk of twintig eersteklassers. Ze vinden me raar, ze vinden me anders. Als ik een gedicht heb voorgedragen en vraag wat het zou kunnen betekenen, beginnen ze door elkaar heen te praten. De een vindt dat er een angstig gevoel in het gedicht zit. De ander gaat toch eerder voor verdriet.

Nu zijn zij aan de beurt om een gedicht te schrijven. Eerst denken ze na over herinneringen die belangrijk voor hen zijn. Wat wilden ze vroeger worden? Wat was een verdrietig moment in hun leven? Daarna kiezen ze een onderwerp uit en gaan aan de slag.

De begeleidend docent is net even weg, als een meisje me haar gedicht voorlegt. Vroeger hoorde ze over mensen die depressief werden en dacht: mij overkomt zoiets niet. Nu weet ze wel beter. Ik zie de tranen over haar wangen rollen, terwijl ik achter mijn rug het geroezemoes van de klas langzaam hoor aanzwellen. Ik ken haar niet, weet niet wat er allemaal speelt, maar een hand op haar schouder en een begripvolle blik blijken voldoende te zijn om haar te kalmeren. De rust is weergekeerd, als de leraar terugkomt. Ik geef hem de wenk even poolshoogte te nemen bij het meisje. Even later zie ik ze het lokaal uitlopen voor een goed gesprek.

Ook haar klasgenoten nemen de opdracht serieus. Zo werkt een jongen aan een gedicht waarin hij ‘zoals een vliegend muisje/ zo licht als een pluisje’ door de lucht suist:

    de storm duwde mij voort
    ik zag Amerika nog niet
    onder mij krachtige golven
    kwamen steeds dichterbij

    als ik dan niet kon vliegen
    dan ging ik wel zwemmen

Krijn Peter Hesselink

Laat hier een reactie achter.

Vorig stuk:

Volgend stuk:

Chris van der Blonk