Het oude Athene in de klas

De democratie is uitgevonden in het oude Athene, maar daarmee was het nog geen ideale samenleving. Hoe zorg ik dat mijn leerlingen van groep 6 er echt bij stilstaan hoe het moet zijn geweest in een dergelijke maatschappij te leven?

Ik leg uit dat er in het oude Athene drie ongeveer even grote bevolkingsgroepen waren. Kinderen in de rechter rij, jullie zijn de slaven. Kinderen in de middelste rij, jullie zijn de vrije Atheense burgers. Kinderen in de linker rij, jullie zijn de buitenlanders.

Nadat ik heb verteld hoe het leven van een slaaf er uitzag, vraag ik de slaven om op te staan als ze in opstand willen komen. De helft springt op. De opstandelingen kunnen goed uitleggen waarom ze het niet langer pikken. ‘We moeten het vooral samen doen,’ benadrukt Floor.* De zittenblijvers zitten er bedrukt bij.

Bij de burgers doe ik iets gemeens. Ik laat ze allemaal bedenken of ze de buitenlanders willen vragen om de slavenopstand te helpen onderdrukken. Maar vervolgens laat ik alleen de jongens stemmen. Net als slaven en buitenlanders hadden Atheense vrouwen geen stemrecht in de oudheid. Het zorgt voor een ongemakkelijk gevoel. Ben je als vrije Atheense burgervrouw daarom zielig? ‘Nee,’ zegt Dorien beslist. ‘De slaven hebben het nog veel slechter.’

De buitenlanders staan nu voor de vraag of ze partij gaan trekken. De helft besluit in ruil voor geld en stemrecht de burgers te gaan helpen. De andere helft neemt het op voor de slaven. Niemand houdt zich afzijdig.

Om te controleren hoeveel van de les is blijven hangen, laat ik de kinderen in hun schrift twee dingen opschrijven. Wat zijn de voor- en nadelen van hun positie in het oude Athene? En wat zouden ze hebben willen veranderen? Uit de antwoorden blijkt dat de kinderen echt aan het denken zijn gezet.

Floor vindt het bij nader inzien toch te gevaarlijk om in opstand te komen. Als slavin krijg je eten, kleren en onderdak. Dat is heel wat waard.

Ook Ilias is op verrassende gedachten gekomen. Burger kunnen hun slaven al het vuile werk laten opknappen, zo heeft hij begrepen. Toch is hij bezorgd. Leuk als ik niets meer hoef te doen, denkt hij, maar ga ik me dan niet ontzettend vervelen?

Krijn Peter Hesselink

* De namen van de kinderen in dit stuk zijn gefingeerd.

Van bitterballen en herdershoedjes

Beste Bastiaan Bommeljé, Twaalf jaar geleden was jij een van de eersten die mijn schrijfsels publiceerden. Daarom heeft het iets passends dat je afscheid neemt als hoofdredacteur van Hollands Maandblad, nu ik op afstand van het literaire bedrijf ben komen te staan. Mijn moeder is gestorven. Daar kun je over schrijven, maar je kunt er … Lees “Van bitterballen en herdershoedjes” verder

Nu zijn wij allen aangeraakt

Toen begin dit jaar bekend werd dat Lucebert in de Tweede Wereldoorlog een begeesterd Nazi-aanhanger is geweest, had ik net de proeven van mijn nieuwe dichtbundel Toondoof thuis gestuurd gekregen. In die proeven stuitte ik op een gedicht ter ere van Lucebert. Eerder publiceerde ik het vol trots in de Poëziekrant. Nu vervulde het me … Lees “Nu zijn wij allen aangeraakt” verder

Plagiaat volgens Daan Doesborgh

Hoi Daan, Toen ik gisteravond mijn nieuwe bundel Toondoof weer eens doorlas, werd ik plotseling gegrepen door de angst dat ik je heb bestolen. Het moet een jaar of zeven jaar geleden zijn geweest dat je een dichtersavond organiseerde in een studentencafé aan de Spuistraat waar ik kwam opdraven in ruil voor gratis drank. Bij … Lees “Plagiaat volgens Daan Doesborgh” verder

Verdwaald in eigen werk

Een tijd terug kreeg ik een email van Michiel, een jeugdvriend die ik in geen twintig jaar heb gezien. Hij schreef: ‘Vorige maand las ik met stijgende verbazing en steeds groter wordende glimlach de recensie van je boek in NRC Handelsblad. Hilarisch hoe de alwetende boekenrecensent zichzelf te kijk zet.’ Criticus Sebastiaan Kort had namelijk … Lees “Verdwaald in eigen werk” verder