Van bitterballen en herdershoedjes

Beste Bastiaan Bommeljé,

Twaalf jaar geleden was jij een van de eersten die mijn schrijfsels publiceerden. Daarom heeft het iets passends dat je afscheid neemt als hoofdredacteur van Hollands Maandblad, nu ik op afstand van het literaire bedrijf ben komen te staan. Mijn moeder is gestorven. Daar kun je over schrijven, maar je kunt er ook in stilte om rouwen. En ik, man van duizend ambachten, heb een nieuw ambacht op de korrel genomen. Sinds kort probeer ik kinderen bij te brengen wanneer je ‘wordt’ met ‘dt’ schrijft, en wat je krijgt als je twee van vijf aftrekt (of vijf van twee). In het rumoerige zweethok van mijn klaslokaal voel ik me niet minder thuis dan in de burelen van onze uitgeverijen of op de klapstoeltjes van onze literaire podia. In de schoolbanken is alles van waarde precies even weerloos.

Jij maakt naar ik begrijp een omgekeerde beweging. Je schrijft me dat je je terugtrekt uit de frontlinie van de letteren om je in afzondering verder te verdiepen ‘in een ruig, vrij ontoegankelijk en nimmer tevoren onderzocht berggebied’. Dat klinkt me in de oren als een paradijselijke bestemming, zeker wanneer ik om één uur ’s nachts een dreumes in slaap probeer te wiegen, of om één uur ’s middags een muitende schoolklas tot rust probeer te brengen. Terugdenkend aan het plezier waarmee je over bitterballen placht te oreren of de bevlogenheid waarmee je mijn betogen trachtte aan te scherpen, stel ik me graag voor dat je binnenkort met een herdershoedje op het hoofd steile hellingen zult bestijgen op zoek naar de laatste overblijfselen van een verloren gegane beschaving. Het ga je goed!

Warme groeten,

Krijn Peter Hesselink

 

Nu zijn wij allen aangeraakt

Toen begin dit jaar bekend werd dat Lucebert in de Tweede Wereldoorlog een begeesterd Nazi-aanhanger is geweest, had ik net de proeven van mijn nieuwe dichtbundel Toondoof thuis gestuurd gekregen. In die proeven stuitte ik op een gedicht ter ere van Lucebert. Eerder publiceerde ik het vol trots in de Poëziekrant. Nu vervulde het me … Lees “Nu zijn wij allen aangeraakt” verder

Plagiaat volgens Daan Doesborgh

Hoi Daan, Toen ik gisteravond mijn nieuwe bundel Toondoof weer eens doorlas, werd ik plotseling gegrepen door de angst dat ik je heb bestolen. Het moet een jaar of zeven jaar geleden zijn geweest dat je een dichtersavond organiseerde in een studentencafé aan de Spuistraat waar ik kwam opdraven in ruil voor gratis drank. Bij … Lees “Plagiaat volgens Daan Doesborgh” verder

Verdwaald in eigen werk

Een tijd terug kreeg ik een email van Michiel, een jeugdvriend die ik in geen twintig jaar heb gezien. Hij schreef: ‘Vorige maand las ik met stijgende verbazing en steeds groter wordende glimlach de recensie van je boek in NRC Handelsblad. Hilarisch hoe de alwetende boekenrecensent zichzelf te kijk zet.’ Criticus Sebastiaan Kort had namelijk … Lees “Verdwaald in eigen werk” verder