Mama heeft altijd gelijk

Ik moest natuurlijk ook op de foto voor de achterflap van mijn bundel. De foto’s van mijn vrienden Chris en Floris waren blijkbaar niet goed genoeg. De fotografe, Keke Keukelaar, belde op om in de Hortus af te spreken. Ze vroeg of ik in pak wilde komen, maar dat wilde ik niet, ik heb anders ook nooit een pak aan. Wel deed ik om haar een plezier te doen een keurig overhemd aan. We dronken eerst een kopje koffie in de zon. Ik was zo dom me te laten ontvallen dat ik eigenlijk popster wilde worden, een singer-songwriter à la Bob Dylan of Leonard Cohen, in de Arabische wereld trekt een idols-programma voor dichters een miljoen kijkers, gillende tienermeisjes, dat wilde ik ook. Prompt hulde ze me in haar veel te kleine leren jasje. Ze liet me nu eens zo zitten, dan weer zus. En ik maar proberen naturel te kijken, te vergeten dat elk trekkend spiertje voor de eeuwigheid werd vastgelegd. Keke was na afloop helemaal verbaasd dat ik het een crime had gevonden. Ik had mijn rol blijkbaar goed gespeeld.

Vervolgens kwam het grote uitkiezen, moest ik zeventien keer tegen mijn eigen muil aankijken. Het waren uitstekende foto’s, maar welke was de beste? Ik legde de foto’s aan anderen voor. Ook zij vonden ze over het algemeen uitstekend, maar ze hadden allemaal een andere favoriet. Zo ging de voorkeur van Jasper, mijn redacteur, uit naar een foto die ik zelf meteen had afgewezen, al is het zonder meer vakwerk, ik probeerde alleen maar zo naturel mogelijk uit mijn ogen te kijken en Keke wist er een broeierig candlelight-portret van te maken, openvallend bloesje, leren jas, strijklicht, mmm… Uiteindelijk koos ik voor de foto hieronder. Dat was mijn moeders favoriet. En mama heeft altijd gelijk.

© Keke Keukelaar

Krijn Peter Hesselink

Lucebert, de geboorte van een kunstenaarschap

Europa was na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog moeizaam weer overeind aan het krabbelen toen ene Lubertus Swaanswijk in 1945 schreef: ‘een nieuwen mensch hebben wij te vormen, hebben wij te kneden, en het vormenmateriaal, het leem dat zijn wij zelf’. In de daaropvolgende jaren betoonde dit leem zich bijzonder vruchtbare grond. Zowel in … Continue reading “Lucebert, de geboorte van een kunstenaarschap”

En weer haastte ik mij langzaam…

‘Vanaf het begin was natuurlijk duidelijk dat we Krijn Peter niet zouden laten winnen,’ zo begon Pim te Bokkel in zijn juryrapport. Ik was weer in de poëzieslag van Festina Lente beland, de slam der slams aan de Amsterdamse Looijersgracht. Het begon een week geleden. Eva van Pelt belde mij op, het vriendinnetje van mijn … Continue reading “En weer haastte ik mij langzaam…”

Mijn ziel verkocht aan de liefde

Een leven zonder poëzie, je moet er niet aan denken. Dat inzicht is klaarblijkelijk ook bij Connexxion begonnen te dagen. Nadat ze eerder op bescheiden schaal het Nederlands kampioenschap slam poetry hadden gesponsord, benaderden ze mij nu met de vraag of ik op Valentijnsdag gedichten in de bus wilde voordragen. En als ik een speciaal … Continue reading “Mijn ziel verkocht aan de liefde”

Nominatiefrutratie

Terwijl de laatste genomineerde voor de VSB-poëzieprijs zich hortend en stotend een weg baande door een gedicht over kobaltblauwe kleurvlakken, kon ik alleen maar denken: verdomme, waarom hebben ze Eva Gerlach niet genomineerd? Ik weet ook wel dat smaken verschillen en dat iedere verongelijkte enthousiasteling zijn eigen favoriet heeft, Dixhoorn, Starik, wie al niet, maar … Continue reading “Nominatiefrutratie”